Column Matthé Ribbens

Directeur MKB-Amsterdam                                                                  17 november 2010
 

Betekent een nieuw najaar, een nieuw geluid?

Met een verwijzing naar ‘een nieuwe lente een nieuw geluid’ begin ik mijn eerste column als intredend directeur van MKB-Amsterdam bepaald niet origineel. Iedereen kent deze oorspronkelijke regel van de dichter Herman Gorter, die vrijwel zijn hele jeugd en studieperiode in onze stad woonde, zodat we hem met gerust hart kunnen annexeren als Amsterdammer.

Anno 2010 lijkt deze dichtregel nauwelijks aan actualiteit te hebben ingeboet. Immers: dit najaar laat niet alleen een nieuwe directeur en nieuwe bestuursleden zien: welkom aan Guido Frankfurther, Leonard Den Hollander en Patrick Oostveen! Ook onze gemeente kent een nieuw college van B&W dat ons als ondernemers niet onberoerd zal laten. Het eerste bewijs ligt er nu in de vorm van een begroting voor de komende raadsperiode van 4 jaar, dus tot 2015.

De crisis en haar gevolgen houden de gemeente in de greep. De Amsterdamse economie krabbelt langzaam maar zeker weer overeind. Het is nu zaak om bij keuzes het goede wat bereikt is, vast te houden. Voorkomen moet worden dat het ondernemingsklimaat wordt aangetast.

Nu de gemeente €40 miljoen op jaarbasis minder te besteden heeft, is het belangrijk in de noodzakelijke versobering van gemeente-uitgaven evenwichtig te doen neerslaan op de burgers en het bedrijfsleven. Het credo van de schone, hele en veilige stad moet wel worden nageleefd: op verrommeling van de stad als gevolg van drastisch besparen op de groenvoorziening zitten we niet te wachten. Maar een andere inzet mag best op begrip van onze kant rekenen.

Ook op heel andere terreinen komen we de gemeente tegen: zo zal de gemeente –omdat er veel minder Rijksmiddelen zijn voor integratie maar nog steeds een grote groep afhankelijke mensen met afstand tot de arbeidmarkt- zich meer en meer met re-integratie gaan bemoeien.  Prima, maar de gemeente zal zich moeten realiseren dat werkgevers wel eisen stellen aan de medewerking aan dergelijke plannen: randvoorwaarden als goede begeleiding, loonsuppletie, timing, reële verwachtingen en geschiktheid van de kandidaten om er enkele te noemen.

Natuurlijk wordt er –naast bezuinigingen- ook geïnvesteerd in de stad. De grote projecten spreken voor zich. Nieuw is de komst van een Economic Development Board, waarmee de gemeente tracht grote bedrijven naar de stad te lokken. Prima, omdat daar ook het MKB van kan profiteren, maar verlies niet uit het oog dat de stedelijke banenmotor op middenlange termijn afslaat. Er komen méér en andersoortige banen dan de agglomeratie Amsterdam aan –potentiële- werknemers beschikbaar zal hebben: een gat van 80.000 banen. En de werkgevers uit het MKB wil ook graag deze mensen aan het werk hebben.

Als nieuwe directeur zie ik mij als oliemannetje. Het beleid van de gemeente moet sporen met dat van onze vereniging en de ondernemers die we vertegenwoordigen. We moeten niet blijven steken in plannen die sterven van schoonheid, maar de mouwen opgestroopt en doen wat werkt! Een nieuw najaar, een oud geluid.

Matthé Ribbens