Column Kees Verhoeven

Directeur MKB-Amsterdam
 



Belastingtoezicht                                                                                3 oktober 2008


Op verzoek van de Belastingdienst Amsterdam mocht ik onlangs 400 toezichthouders en controleurs voor het midden- en kleinbedrijf toespreken. Niet om ze fiscaal een lesje te leren, maar om ze een spiegel voor te houden: men was benieuwd naar de ervaringen van ondernemers met de Belastingdienst.

“De laatste jaren is de ooit zo gerespecteerde dienst langzaam overspoeld geraakt en verworden tot een straffeloos blunderende autist”, zo luidde mijn openingszin. Dit terwijl burgers en bedrijven het belastingstelsel als uiterst complex beschouwen, en bovendien vinden dat er te veel belastingsoorten zijn. Naast de fiscus heeft een gemiddelde ondernemer te maken met bedrijf- en waterschapheffingen, provinciale opcenten, de Kamer van Koophandelbijdrage en een handvol lokale lasten (zoals OZB, reclamebelasting, precarioheffing, riool- en reinigingsrecht). 


Zorgvuldig toezicht is daarom cruciaal voor de belastingmoraal en de algemene motivatie van ondernemers. Helaas is de praktijk anders. Ondanks het feit dat de klant door ondoorzichtigheid en complexiteit op achterstand staat, is de opstelling van de belastingcontroleur overwegend afstandelijk, althans in de beleving van de ondernemer. De werkwijze met telefonische keuzemenu’s, lange wachttijden en geautoriseerde schrikbrieven versterkt dit gevoel.

Het gevolg? wederzijds onbegrip! De (gemiddeld eens in de zeven jaar) gecontroleerde voelt zich opgejaagd, terwijl de controleur zich op zijn beurt vijandig bejegend voelt. In zo’n sfeer stapelen schrijnende anekdotes zich snel op, met als rode draad het feit dat de klant enkel zijn gelijk kan halen door (nadien) bezwaar te maken.

Maar in plaats van achteraf gelijk krijgen ondernemers liever vooraf duidelijkheid, juist omdat het belastingssysteem niet eenduidig maar multi-interpretabel is: betreft het een eenmalige post of moet het jarenlang worden afgeschreven? Gaat het om kosten, opbrengsten of toch investeringen?

Helaas is direct contact en het (vooraf) maken van duidelijke afspraken zeer bemoeilijkt door de gevolgen van de roemruchte Vinkenslag affaire (2004). Een onwettige afspraak met een aantal bewoners van het woonwagenkamp noopte staatssecretaris Wijn tot actie. Een integrale aanpak moest ongehandhaafde belastingvrijplaatsen uitbannen en garanderen dat de Belastingdienst nimmer meer “contra legem” (onwettig) deals zou sluiten met burgers en bedrijven. De werkinstructie luidde aldus: geen afspraken meer. Hoe begrijpelijk deze beleidsomslag ook, men schoot erin door, waardoor veel belastingtoezichthouders kopschuw zijn geworden.

Dat is jammer, want een succesvolle relatietherapie tussen Belastingdienst en bedrijfsleven valt of staat met beter onderling contact tussen controleur en ondernemer. Stelselwijzigingen en belastingverlagingen vergen een lange lobbyadem, terwijl wederzijds begrip een kwestie is van de telefoon pakken. 

En dat is nu precies wat een Belastingcontroleur in den lande ooit deed. Hij belde eenieder die drie dagen voor het verstrijken van de termijn zijn aangifte nog niet had ingediend. U kunt zich voorstellen dat deze persoon zeer geliefd was, zowel bij zijn klanten als bij zijn chef. Leuker kunnen we het niet maken, …

Kees Verhoeven, 3 oktober 2008