Column Kees Verhoeven

Directeur MKB-Amsterdam

Roodgroen college laat milieu links liggen                             26 januari 2009

Dat het in 2006 aangetreden roodgroene college van Amsterdam zou inzetten op een beter milieu was voor niemand een verrassing. En inderdaad, toen de verkiezingsrook was opgetrokken en het programakkoord overeengekomen, kregen twee groene iconen gestalte: lucht en klimaat. Niet als in ‘stadslucht’ of ‘ondernemersklimaat’, maar schoon en duurzaam.

Om te beginnen met de Amsterdamse lucht, die is vervuild door het (hier en daar) hoge gehalte aan fijnstof: microscopisch kleine luchtdeeltjes die op natuurlijke wijze tot stand komen, maar ook door verbranding van fossiele brandstoffen. Ook scheikundige processen met (di)oxiden (SO2, NOx) kunnen fijnstof opleveren. Al bestaat er geen wetenschappelijke consensus over fijnstof, het stadsbestuur beschouwt het als uiterst gevaarlijk voor de gezondheid en wil het terugdringen. Dus ontwierp verkeerswethouder Herrema een pakket maatregelen, ‘Voorrang voor een Gezonde Stad’ geheten. Verhoogde parkeertarieven en zogenaamde milieuzones moesten zorgen voor minder en schoner autoverkeer. Dat was even slikken voor het Amsterdamse bedrijfsleven, wier klanten, leveranciers en werknemers vaak de auto gebruiken. Toch besloot men mee te werken, ook vanwege beloofde alternatieven als beter openbaar vervoer en parkeergelegenheid onder de stadsgrond (garages) en aan de stadsranden (P+R).

Dan het Amsterdamse klimaat. Men is het erover eens dat de opwarming van de aarde (mede) het gevolg is van de toenemende uitstoot van broeikasgassen als koolstofdioxide (CO2) en methaan. Voor dit probleem is een oplossing, namelijk minder energie verbruiken. Dat leek milieuwethouder Vos een goed idee: Amsterdam gaat verder dan Nederland en Europa en stelt zich tot doel om in 2025 40% minder CO2 uit te stoten (ten opzichte van 1990). Om dit te bereiken ging de gemeente samenwerken met allerlei partners in de stad. Opnieuw droeg het bedrijfsleven actief haar steentje bij. Van MKB-Amsterdam kreeg wethouder Vos zelfs het Klimaatcadeau, een pakket energiebesparende producten en diensten voor het midden- en kleinbedrijf. Maar juist voor die doelgroep is energie besparen allesbehalve eenvoudig: tijd, kennis en geld ontbreken vaak. Daarom zegde men een klimaatloket toe plus een financieringsconstructie ter verlaging van de hoge investeringsdrempel voor kleine bedrijven.

Inmiddels zijn de parkeertarieven verhoogd en de eerste milieuzone (voor vrachtverkeer) is een feit. En onder de noemer ‘Nieuw Amsterdams klimaat’ zijn vele bedrijven en instellingen met kostbare klimaatprojecten gestart. Dat van de gemeentelijke tegenprestatie nog weinig terecht is gekomen, is nog tot daar aan toe. Maar dat de gemeente onlangs opnieuw een klemmend beroep deed op het bedrijfsleven is teveel van het goede. Daarom is MKB-Amsterdam tegen de geïntroduceerde milieuparkeervergunning of het sluiten van winkeldeuren tegen de ‘warme luchtgordijnen’.

Toch betekent deze opstelling geenszins dat het bedrijfsleven zich niet meer wil inzetten voor milieu, klimaat en lucht. Alleen de wijze waarop moet anders, juist nu.

De door de kredietcrisis ingeleide mondiale recessie trekt ook zijn spoor op het Amsterdamse bedrijfsleven: het consumentenvertrouwen daalt, omzetten staan onder druk en banen op de tocht. Toch zien velen hierin de gelegenheid om de klimaatcrisis op te lossen. Een in dit opzicht belangrijke theorie is de ‘New Green Deal’, de groene variant van de ‘New Deal’ waarmee men de Grote Depressie in de jaren dertig succesvol mee te lijf ging. Globaal is het idee dat de overheid via klimaatgericht stimuleringsbeleid een impuls geeft aan het bedrijfsleven. Er valt heel wat op deze redenering af te dingen, maar op onderdelen is het niet zo’n gekke gedachte. Daarbij: bedrijven moeten kosten besparen en dit kan door te bezuinigen op energieverbruik wat weer goed is voor het klimaat. Als succesvoorwaarde stellen deskundigen als Larry Summers (de economische hoofdadviseur van Barack Obama) wel dat de gekozen stimuleringsmaatregelen tijdig, doelgericht en tijdelijk zijn.

Vertaald naar Amsterdam betekent dit dus even geen nieuwe grote projecten a la Noord-Zuidlijn of Zuidas, maar evenmin marginale of onuitvoerbare plannetjes zoals de milieuparkeervergunning. Maar wat dan wel?

Heel eenvoudig. Om echte resultaten voor te boeken, hoeft de gemeente Amsterdam enkel haar reeds gedane beloften (dus gereserveerde middelen) in te zetten. De volgende maatregelen zijn niet alleen goed voor lucht en klimaat, maar ook voor de economie:
 

  • De bouw van ondergrondse parkeergarages en P+R terreinen. Dit stimuleert de bouw – en vastgoedsector
  • Het verbeteren van het OV door bussen, metro’s en trams tot later, frequenter en verder te laten rijden. Goed voor de werkgelegenheid
  • De aanleg van tien oplaadpunten voor elektrische scooters. Net als de vrachttram City Cargo een unieke kans om Amsterdam wereldwijd op de kaart te zetten als New Energy City of Cool Climate Town
  • Het instellen van een financieringsconstructie voor klimaatgerichte investeringen door huishoudens en bedrijven. Een renteloze lening, een klimaatfonds of een energiezuinige subsidie zet aan tot de zo gewenste nieuwe investeringen. 

Het bedrijfsleven is er klaar voor, hopelijk de gemeente ook.

Kees Verhoeven, 26 januari 2009