Column Kees Verhoeven
Directeur MKB-Amsterdam
Help het midden- en kleinbedrijf innoveren! 2 maart 2009
Vier aanbevelingen van extra belang in crisistijd
Omdat de financiële crisis samenvalt met wereldwijde klimaat- en voedselproblematiek, zien velen de oplossing in een groen en duurzaam economisch systeem. Geen verkeerd idee, maar duurzaamheid is geen afdoende medicijn tegen een zieke economie. Innovatie daarentegen wel. En juist op dat vlak heeft Nederland een wereld te winnen.
Het duo crisis en recessie trekt ook zijn vernielende spoor door ons land. Het consumentenvertrouwen daalt, omzetten staan onder druk en banen op de tocht. Na de laatste prognose van het CPB (een economische krimp van 3,5 procent) lijkt er voor optimisme weinig ruimte meer. Toch zien velen in de huidige situatie een kans om structurele slagen te slaan, bijvoorbeeld door het klimaatprobleem op te lossen. Een veelgebezigde theorie in dat opzicht is de ‘New Green Deal’: de groene variant van de ‘New Deal’ waarmee men de Grote Depressie in de jaren dertig te lijf ging. Globaal is de idee dat de overheid via duurzaam stimuleringsbeleid een impuls geeft aan het bedrijfsleven. Zolang de maatregelen maar tijdig, trefzeker en tijdelijk zijn, zou uit deze aanpak zelfs een nieuwe groene economie kunnen voortvloeien.
Het is een aantrekkelijke gedachte, maar de realiteit is veeleisender. Duurzaamheid leidt namelijk niet tot economische groei, maar is er juist van afhankelijk. Daarom moet de aandacht nu eerst uitgaan naar twee economische motoren van formaat: innovatie en het midden- en kleinbedrijf (mkb).
Zonder innovatie geen economische ontwikkeling. Of zoals universitair hoofddocent biologie Gerdien de Jong schrijft: investeren in mensen en kennis lijkt een van de beste wegen om uit een economische crisis te komen (NRC, 28 februari 2009). Overheden doen in elk geval van alles om de juiste randvoorwaarden te scheppen. Zo richtte de Nederlandse regering in 2003 het Innovatieplatform op en is voor bedrijven een omvangrijk stelsel van innovatiegerichte subsidies beschikbaar. Het beleid lijkt te werken, want Nederland staat al jaren in de top 10 van de mondiale innovatieranglijst.
Maar schijn bedriegt. Topwetenschappers als Robbert Dijkgraaf zien Nederland langzaam wegzakken bij internationale vergelijkingen op het gebied van kennis en technologie. Ook recent onderzoek van de Nederlandse Orde van Uitvinders (NOVU) en MKB-Amsterdam onder ruim 200 innovatieve jonge ondernemers en bedrijven spreekt boekdelen. Innovatieve starters en het mkb mogen dan de ruggengraat van de economie heten, juist voor hen blijkt het uitermate complex om daadwerkelijk hun innovaties op de markt te brengen. Dat zijn verontrustende conclusies, zeker in crisistijd.
Aan het gegeven dat zelfs kansrijke innovaties vaak geen werkelijkheid worden, liggen diverse oorzaken ten grondslag. Allereerst vormt de beperkte financiële slagkracht van het mkb een struikelblok. Benodigde (voor)investeringen kunnen doorgaans niet worden opgebracht of gefinancierd, een probleem dat het afgelopen halfjaar alleen maar is toegenomen.
Ten tweede is het Nederlandse stelsel van subsidies en regelingen (het innovatie-instrumentarium) sterk risicomijdend ingericht; de voorwaarden zijn te specifiek en de bestedingsmogelijkheden te beperkt. Veel ondernemers hebben er daarom weinig tot niets aan.
Het derde knelpunt betreft de kennisbescherming. Die is niet alleen erg kostbaar, tevens is het proces om intellectuele eigendom te beschermen ingewikkeld en tijdrovend. Bovendien blijkt het uiteindelijk verkregen octrooi niet zelden slechts schijnbescherming te bieden.
Tot slot is de voor innovatie benodigde kennis versnipperd en ondoorzichtig, hetgeen voor een gemiddelde starter of mkb-er een grotere hindernis vormt dan voor het gevestigde bedrijfsleven. Dat zet zelfstandige ondernemers op achterstand.
Als het mkb niet innoveert, komen we niet voorbij de crisis. In aanvulling op het pleidooi van wetenschappers voor extra investeringen in onderwijs en onderzoek, stellen wij daarom concrete maatregelen voor. Dit om voornoemde knelpunten weg te nemen en om het innovatiespeelveld voor alle ondernemers gelijk te trekken. Onze vier aanbevelingen zijn:
- Herinrichting van het subsidielandschap. Dit betekent laagdrempeligheid en doelgerichtheid door (lagere) subsidiebedragen te koppelen aan eenvoudiger bestedingsvoorwaarden;
- Instelling van een onafhankelijk informatie- en adviescentrum voor onder meer begeleiding bij kennisbescherming en gedegen coaching;
- Reorganisatie van het octrooisysteem door de marktwerking tussen octrooibureaus te vergroten en door het Gemeenschapsoctrooi versneld in te voeren;
- Het bewerkstelligen van een snelle mentaliteitsverandering. Hiervoor dient het onderwijs de thema’s innovatie en ondernemerschap een veel prominentere plaats te geven in de lesprogramma’s. Het principe van open innovatie verdient daarbij brede toepassing in de dagelijkse praktijk.
Volgens deze weg versterken we de Nederlandse economie op de lange termijn. Dat is pas duurzaam crisisbeleid.
Kees Verhoeven, 2 maart 2009