Column Kees Verhoeven

Directeur MKB-Amsterdam
 
 
Ondernemersrisico?                                                              14 april 2009
 
Er is iets aan de hand in Nederland. Als gevolg van bepaalde ‘weeffouten’ in onze maatschappelijke organisatie krijgen ondernemers een pakket risico’s op hun schouders. Hierdoor is Nederland, Amsterdam incluis, een weinig stimulerende (soms zelfs demotiverende) omgeving voor ondernemerschap. Dit terwijl ondernemerschap in deze tijden van crisis en recessie keihard nodig is: innovatie helpt de economie groeien, terwijl de arbeidsmarkt meegroeit met het aantal ondernemingen.
Om ondernemen in Nederland weer aantrekkelijk te maken, is een integrale operatie nodig die de positie van ondernemers in het midden- en kleinbedrijf in de breedte verbetert. Daarom hieronder een overzicht van de bedoelde weeffouten en ondernemersrisico’s, met daarbij oplossingsrichtingen om deze knelpunten weg te nemen. Sommige items zijn lokaal/regionaal, andere nationaal, weer andere vallen in beide categorieën.
 
Het eerste risico voor ondernemers is dat ze via omzetschade opdraaien voor de kosten van fouten (slechte communicatie, onhandige timing/fasering, uitgelopen planning, onzorgvuldige uitvoering, onvoldoende begeleidende maatregelen) bij de uitvoering van bouw- en breekprojecten in de openbare ruimte. Probleem is dat vele organisaties betrokken zijn, maar dat niemand verantwoordelijk/aanspreekbaar is. Ook fileschade door menselijke fouten/ elektrische storingen, alsmede door onnodig (nood)weeralarm valt hieronder. Dit kan worden voorkomen door standaard 2% van de bouwprojectbegroting te reserveren voor compensatie van onvoorziene omstandigheden. Ook het koppelen van een bonusmalus regeling aan de gestelde termijn zou werken. En wellicht een overheidsfonds voor schade door extreme omstandigheden.
 
Vergelijkbaar is het risico van kosten voor ondernemers als gevolg van in gebreke blijvende (groot)leveranciers (telecom/nutsbedrijven, etc.). Ook ondermaats onderhoud door vastgoedeigenaren/woningcorporaties valt hieronder. Deze situatie zou verbeteren door  aangescherpte leveringsvoorwaarden in de contracten tussen klant/huurder en leverancier/eigenaar. Of  is het tijd voor een speciale nuts/telecomverzekering voor ondernemers? Gedupeerdengroepen zouden voortaan ook de mogelijkheid moeten krijgen om collectief een juridische procedure in te zetten.
Het derde risico is dat van onevenredige personeelslasten. Werkgevers lopen een grote kans  op te draaien voor (langdurig) ziekteverzuim door eigen schuld in de eigen tijd van de werknemer. Of de werkgever wordt aangesproken op persoonlijke schulden van een werknemer, met als gevolg incassoprocedures en loonbeslag. Zeker nu is er ook nog een gerede kans op het in dienst hebben van ‘ongewenst personeel’ (niet functioneren, geen werk/functie meer beschikbaar). Daarom moeten de kosten (sociale premies) van de factor arbeid omlaag en is het hoog tijd voor flexibilisering van de arbeidsmarkt onder andere via versoepeling van het ontslagrecht.
 
Dat ondernemers bedrijfs- en emotionele schade leiden door (overval/diefstal)criminaliteit, maar ook pandschade door demonstraties, huldigingen, evenementen en ontruimingen, is bekend. Dat het verhalen van deze schade lastig is of de moeite niet loont vanwege de lage procedurekostenvergoeding is minder bekend. Voor het getuigen in de rechtszaal krijgt het slachtoffer slechts 6,86 euro. Daarom moet de overheid de schade voortaan overnemen van het slachtoffer om deze op dader/ veroorzaker te verhalen. Ook verruiming van preventieve maatregelen zoals naar buiten kijkende camera’s helpen, net als het geleidelijk verzwaren van de straffen voor veelplegers.
 
Over oneerlijke aanbesteding, het vijfde ondernemersrisico heb ik al vaker geschreven. Overheden zetten voor vele miljoenen opdrachten in de markt. Om het risico te verkleinen dat de private producenten/dienstverleners failliet gaan, stellen overheden in hun aanbestedingsopdrachten criteria en eisen zoals gedeeltelijke voorfinanciering, hoge omzeteisen en vergelijkbare schaalervaring (referenties). Deze werpen een onevenredig hoge drempel op voor het midden- en kleinbedrijf, zodat veel opdrachten onbereikbaar zijn. Dit mechanisme moet worden doorbroken door het stellen van effectievere/realistischere eisen in de opdrachtverlening. Hier kunnen naast financiële ook lokale, duurzame en sociale componenten in worden betrokken.
 
Nummer zes is het risico van een ongelijk speelveld in tijd en ruimte: sommige winkels (in toeristische centra, op het internet, in handige/liberale gemeenten/stadsdelen, als secundaire functie bij musea of tankstations) mogen wel op zondag verkopen, anderen niet. De bevoordeelden halen zo omzet weg bij de benadeelden. Het is daarom hoog tijd om de winkeltijdenwet te schrappen en het openingsbeleid geheel en al over aan de ondernemers zelf over te laten. Alternatief is dat het Amsterdamse stadsbestuur –binnen de huidige wet- de hele gemeente als toeristisch gebied benoemt. Tot slot kan de regering overgaan tot een nieuwe winkeltijdenwet, zodanig dat oneerlijke concurrentie (tussen zowel gebieden als sectoren) wordt uitgebannen.
 
De gevleugelde term ‘ondernemersrisico’ komt zo in een ander daglicht te staan. In plaats van  aanvaardbare incidenten gaat het om structurele systeemfouten die beëindigd moeten worden. De beschreven oplossingen zijn daarbij nodig want de overheid doet weliswaar van alles om het ondernemersklimaat te bevorderen, maar het werkt vaak niet. Subsidies gaan maar tot 50% waardoor een te hoge restpost alsnog een belemmering vormt; aan andere subsidies zijn stringente eisen  (product/dienst/leverancier keuze) gekoppeld, waardoor ze niet functioneel zijn. Ook kunnen ondernemers de vele (subsidie)regelingen (microkrediet, verordening veilig ondernemen, kansenzone, werktijdverkorting/deeltijd WW, etc.) niet goed overzien waardoor ze suboptimaal gebruik maken. Ook (voor innovatie noodzakelijke) kennis is vaak ontransparant en onoverzichtelijk aanwezig.
 
Alleen baanbrekende veranderingen kunnen dit veranderen. Zoals een BTW vrijstelling (belastingvrije voet) voor starters en uitvinders. En een leaseconstructie (of een terugstortfonds/renteloze lening) die ondernemers over de investeringsdrempel helpt bij de aanschaf van bijvoorbeeld duurzaamheids of veiligheidsproducten. Een loket/portal met alle regelingen en/of een onafhankelijke kennisbank zou ook helpen.
 
En laten we tot slot de term ondernemersrisico uit het woordenboek schrappen!
 
Kees Verhoeven, 14 april 2009