Column Kees Verhoeven

Directeur MKB-Amsterdam
 
 
Amsterdam, vergeet fijnstof en focus op kooldyoxide    
                                                                                                             
21 april 2009


Op twee fronten strijdt Amsterdam voor een betere wereld. Tegen luchtvervuiling en tegen klimaatopwarming.

 

Aan het luchtfront is fijnstof de vijand. Dit zijn microscopische deeltjes die natuurlijk ontstaan maar die ook gevolg zijn van chemische processen met fossiele brandstoffen of oxiden als SO2 en NOx. Over de gevolgen van fijnstof voor de volksgezondheid bestaat geen wetenschappelijke consensus: de een telt 18.000 sterfgevallen per jaar, de ander stelt juist dat de lucht sinds 1900 niet meer zo schoon was.
 

Desondanks nam het gemeentebestuur autowerende maatregelen om het fijnstofgehalte te reduceren. Zo verhoogde (verdubbelde) men de parkeertarieven en introduceerde men milieuzones voor ‘vuile’ (oudere) auto’s. Hoe ingrijpend ook, de milieuwinst blijkt zeer gering. Hogere parkeerkosten hebben de parkeerdruk (bezettingsgraad) niet verlaagd maar leiden wel tot meer zoekverkeer dus meer uitstoot. En recent onderzoek van TNO wijst uit dat milieuzones de lucht nauwelijks schoner maken. Dit plan gaat gelukkig niet door, al blijft de reeds ingestelde zone voor vrachtwagens gehandhaafd (NRC, 9 mei 2009).

Gegronde twijfel over noodzaak en nut waren niet de enige bezwaren van het bedrijfsleven, maar ook de nationale politiek. Door de opgestapelde uitzonderingen (voor oldtimers, brommers en SUV’s) kwam de rekening eenzijdig bij ondernemers terecht. Een goede balans tussen ecologie en economie verdween daarmee uit zicht; met toptarieven in crisistijd prijst Amsterdam zich uit de markt. Verder kleven aan milieuzones allerlei technische en juridische uitvoeringsproblemen en zijn beloofde alternatieven voor de auto (beter openbaar vervoer, ondergrondse garages en Park and Ride faciliteiten) nog niet gerealiseerd.

 

Aan het klimaatfront is de situatie anders, al zijn er opvallende overeenkomsten. Wederom zijn kleine elementen de grote boosdoeners. Door energieverbruik komen broeikasgassen als koolstofdioxide (CO2) en methaan vrij, met opwarming van de aarde als gevolg. Ook hier uiteenlopende prognoses over de gevolgen voor mens en natuur, al betwist niemand meer dat er wat moet gebeuren.

En opnieuw toont Amsterdam zich ijverig. Terwijl Europa en Nederland respectievelijk 20% en 25% CO2-reductie in 2020 nastreven, gaat Amsterdam voor liefst 40% in 2025. Om dit doel te bereiken is een stadsbreed klimaatprogramma gelanceerd van minder verbruiken en anders produceren. Ondanks een gebrek aan tijd, kennis en geld toont het bedrijfsleven zich nu zeer bereid om mee te werken. Sterker nog, de ambities moeten omhoog. Amsterdam heeft namelijk potentie om als Cool Climate Capital aanjager te zijn van de mondiale klimaataanpak. Een in veel opzichten aantrekkelijke rol.

Daartoe zijn wel verdere stappen nodig. Zoals het instellen van een klimaatfonds dat huishoudens en bedrijven over de groene investeringsdrempel helpt. Ook van (“fors veel”) oplaadpunten voor elektrische voertuigen en de schone vrachttram City Cargo moet serieus werk gemaakt worden.

 

Om dit alles daadwerkelijk van de grond te krijgen, is focus nodig. Vooralsnog ontbreekt die omdat onrust aan het luchtfront de aandacht afleidt en de gelederen verdeelt. Te meer daar een pyrrusoverwinning op het fijnstof het hoogst haalbare is, moet Amsterdam deze strijd onmiddellijk staken en alle middelen overhevelen naar het klimaatfront. Daar kan de stad eensgezind voorop lopen in het wereldwijd terugdringen van CO2.

 

Kees Verhoeven