Column Kees Verhoeven

Directeur MKB-Amsterdam                                                                  22 juni 2009

Bescherm generaties van de toekomst tegen de crisis van nu
Onderwijs moet aansluiten op de arbeidsmarkt en aanzetten tot ondernemerschap

                                                                                                       
Hoe ingrijpend de economische crisis nu ook is, hij zal ‘vanzelf’ weer voorbij gaan. Niet zonder kosten want alle steunmaatregelen deden de staatschuld fors toenemen (van 56 naar 66% van het bruto binnenlands product in 2009). Daarmee komt de rekening vooral terecht bij de onschuldige peuters, pubers en twintigers geboren na 1980.

Dat is wrang want het zijn deze zelfde generaties die te maken krijgen met de meer structurele crises op het gebied van klimaat, energie, voedsel en water. Zo dragen onze jongeren dus niet alleen een financiële last, ook moeten ze de oplossing verzinnen voor (milieu)problemen die ze niet zelf veroorzaakt hebben.

Het minste dat wij ouderen, van dertigplusser tot babyboomer, voor de toekomstgeneraties moeten doen, is zorgen dat ze de door de huidige crisis niet vroegtijdig op een zijspoor geraken. De sleutel hiertoe is onderwijs dat op alle (leer)niveaus beter aansluit op de arbeidsmarkt en dat meer aanzet tot ondernemerschap. Ik doe zes concrete aanbevelingen:

 

1. Werk kwantitatieve en kwalitatieve tekorten weg

Zelfs voor de allerkleinsten is onvoldoende plek, getuige de wachtlijsten voor crèches of zwemles en later het tekort aan begeleide speelplaatsen of trapveldjes. Daar komt bij dat in de grote steden veel basisscholen onder de norm presteren en/of geen enkele afspiegeling vormen van de (gemengde) buurten waarin ze staan. Zo maken te veel kinderen een valse start in een onwerkelijke leeromgeving. Door gericht en gespreid in kwaliteit en faciliteit te investeren, voorkomen we dat spelenderwijs leren als jeugdvariant van ondernemend werken verder onder druk raakt. Daarbij moet elke vorm van onderlinge concurrentie tussen scholen (via uniform beleid over schaalvergroting en voorscholen) worden uitgeschakeld.

 

2. Voorkom schooluitval en daarmee  jeugdwerkeloosheid

De hoge schooluitval op het mbo is ons grootste (sociaal)economische probleem. Niet alleen omdat de huidige crisis lageropgeleiden en voortijdig schoolverlaters nu hun baan kost, maar vooral omdat twee van de drie kinderen dit traject volgen. Teveel leerlingen met een vmbo-diploma haken af op het mbo. Door van vmbo-scholen weer vakscholen te maken, kan deze overgang worden verbeterd. Daarbij loont ook het vroegtijdig aanpakken van verzuim omdat de achterstandleerling van nu de jeugdwerkeloze van de toekomst is; een mechanisme dat jaarlijks duizenden  jongeren vroegtijdig buitenspel zet.

Onder degenen die tussen wal (werk) en schip (school) geraken, zitten ook veel probleemjongeren. De opvang, registratie en begeleiding van deze groep moet beter. Alle betrokken instanties (van jeugdzorg tot kinderbescherming) moeten meer samenwerken om de scholen van goede informatie te voorzien. Zonder van scholen opvanghuizen te maken, moeten zoveel mogelijk jongeren in de klas gehouden worden.

 

3. Organiseer voldoende stage- en leerwerkplekken

Juist bij (v)mbo-opleidingen is kennismaking met de praktijk cruciaal. Helaas gelden ook hier tekorten waardoor jongeren niet, of te laat, aan bod komen. In samenspraak met gemeenten en bedrijfsleven moet het middelbaar beroepsonderwijs voldoende stageplaatsen en (leer)werkplekken organiseren. Dan kunnen jongeren de nodige ervaring opdoen en uitvinden wat hen aanzet tot grootse daden. Zowel in administratief als in financieel opzicht moet de drempel om een leerling in bedrijf te nemen omlaag. Pas als aan deze voorwaarde is voldaan, is het door velen geopperde idee van langer leren reëel.

 

4. Stuur jongeren naar opleidingen met baankansen

Ook voor wie zijn mbo (of havo) wel succesvol afrondt en beschikt over een goede startkwalificatie, is een baan allesbehalve vanzelfsprekend. Aan veel opgeleide kennis en vaardigheden is op de werkvloer geen behoefte (meer): er zijn meer communicatief, administratief en creatief geschoolden dan er banen zijn. Tegelijkertijd ontstaat (bestaat!) een schreeuwend tekort aan vaklui wiens talent in hun handen zit. Om jongeren de juiste weg te wijzen is aangescherpte opleiding- en beroepsoriëntatie  nodig. Ouders, decanen, rolmodellen en bedrijven moeten de jeugd helpen om een kansrijke loopbaan te kiezen.

 

5. Sluit aan op nieuwe eisen aan ondernemerschap

De complicerende samenleving stelt steeds hogere eisen. Dit geldt voor (hoogopgeleide) young professionals maar zeker voor (startende) ondernemers. Waar vakkennis plus middenstandsdiploma voorheen voldoende waren, wordt de hedendaagse entrepreneur geconfronteerd met complexe materie op juridische en fiscale domeinen. Ook op het vlak van personeelsbeleid, ruimtelijke ordening, vastgoed en kennisbescherming gelden hoge eisen waar een leger van specialisten op toeziet. De ondernemer als duizendpoot die voor geen gat te vangen is, is een trend waar het onderwijs op moet inspelen. Goede voorbeelden als het Technasium (een vwo of havo met het examenvak Onderzoeken en Ontwerpen) verdienen brede navolging. Een leerstadium later kunnen hogere onderwijsinstellingen actiever opleiden richting ondernemerschap. Nederland heeft een achterstand weg te werken als het gaat om het aantal op de hogeschool of universiteit ontstane bedrijfjes.

 

6. Laat de jeugd leidend zijn en luister beter

Iedere volwassene kent de voordelen van jeugdigheid, slechts weinigen staan er daadwerkelijk voor open. Een gemiste kans, want op velerlei gebied kunnen enkel jongeren de wereld veranderen.

Zo is ‘de jeugd van tegenwoordig’ zeer milieubewust en in staat om ingesleten gewoonten van verspilling en overdaad te doorbreken. Wie zijn organisatie duurzamer wil maken, moet de jongste bediende hier verantwoordelijkheid voor geven.  

Ook voor het nieuwe (in tijd en ruimte flexibelere) werken is de jeugd het meest ontvankelijk. Door onze economie om te vormen van 9-5 naar 24/7 bieden we toekomstgeneraties een verruimd perspectief. Ook andere school (en werk-)tijden maken hiervan onderdeel uit, daar wetenschappelijk bewezen is dat een puberbrein om kwart over acht ’s ochtends niet optimaal presteert.

 

De huidige crisis is een goed moment voor bovenstaande metamorfose welke van dromende pubers gedroomde ondernemers maakt die de wereld van zijn echte crises kunnen verlossen.

 

Kees Verhoeven, 22 juni 2009