Column Kees Verhoeven

Directeur MKB-Amsterdam                                                                  16 maart 2010
 
Gemeente moet nu van groot denken naar grootse daden

Ongeacht politieke samenstelling moeten nieuwe stadsbesturen andere koers varen

Dat de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen in het teken stonden van de landelijke politiek, kan niet verhullen dat vooral steden kampen met gedwongen bezuinigingen, vastgeroeste problemen en afhakende burgers.

De nijpende situatie dwingt de nu te vormen lokale besturen zelfs tot een serieuze ommezwaai. In plaats van de gebruikelijke lancering van nieuwe plannen en projecten moet het wegnemen van bestaande knelpunten centraal komen te staan.
De voorbije bestuursperiode hadden stadsgemeenten aan ambities geen gebrek. Groot denken was het credo met een klemtoon op prestigeprojecten zoals de (her)ontwikkeling van stationsgebieden, de aanleg van kantoorlocaties of capaciteitsuitbreiding van de (lucht)havens.

Met een visionair bestuur is niets mis en de situatie was er ook naar. De economie floreerde en de gemeentelijke financiën stonden er uitstekend voor. Maar tijden veranderen en de staat van het land is ingrijpend gewijzigd.
Burgers en bedrijven gaan gebukt onder de gevolgen van de economische crisis en net als de landelijke overheid moet ook de gemeentelijke overheid fors bezuinigen, vooral als gevolg van verminderde uitkeringen uit het landelijke Gemeentefonds. Dit fonds ‘ademt mee’ met de begroting van de Rijksoverheid.

Bovendien zijn ook de keerzijden van het gevoerde beleid aan het licht gekomen. Want tijdens het najagen van hun toekomstdromen sloten bestuurders hun ogen voor sluimerende nachtmerries zoals de toenemende sociale tweedeling, verschralende stadswijken en onbenut vastgoed. Bij dat laatste kan gedacht worden aan structurele leegstand en aan scheefwonen. Daarbij kampten de meeste onder handen zijnde bouwprojecten met vertraging en kostenstijging terwijl beleidsidealen als beter onderwijs, minder werkloosheid of meer duurzaamheid onvoldoende gerealiseerd werden. Mislukkingen hadden vaak gemeen dat de bestuurlijke blik was afgewend van de praktijk op straat en werkvloer.

De gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart kwamen dus goed van pas, ongeacht de uitslag op locatie. En ongeacht hun politieke samenstelling zullen de nu te vormen stadsbesturen een andere koers moeten uitstippelen.

Om zowel bewoners, bedrijven als bezoekers het nodige te bieden, moet daarbij aan drie cruciale kenmerken worden voldaan.

Allereerst dwingt de grote bezuinigingsopgave tot creativiteit. Vervang bureaucratische structuren daarom door kleinschalige organisatievormen of maatschappelijke coalities en laat fysieke ingrepen plaats maken voor betere benutting van bestaande capaciteit. Zo kan de gemeente samen met woningcorporaties en vastgoedpartijen zorgen voor functiemenging in buurten of het opknappen van bedrijfslocaties. Bij het verbeteren van de bereikbaarheid ontbreekt weliswaar het geld voor nieuwe infrastructuur maar met betere busverbindingen (van vroeger tot later, wat vaker en verder) en groene golven maak je de stad ook een stuk toegankelijker.

Op de tweede plaats vraagt de tijdsgeest om functionele soberheid. Hanteer stokpaardjes en proefballonnetjes dus met mate en stel een zorgvuldige uitvoering van bestaand beleid voorop. De aandacht moet vooral uitgaan naar de structurele weeffouten die steden in hun greep houden:

- het feit dat (kans)arme en (kans)rijke bevolkingsgroepen geografisch gescheiden leven;
- het feit dat rijke burgers sociale huurwoningen bezet houden;
- het feit dat de kwetsbare marktpositie van het midden- en kleinbedrijf haar maatschappelijke waarde bedreigt.

De aanpak van dit soort problemen vraagt allereerst een bestuurscultuur van nakomen wat je afspreekt en van afmaken waar je aan begint. Pas dan hebben concrete oplossingen als inkomensgebonden huur of laagdrempelig aanbesteden kans van slagen.

Ten derde heeft de burger behoefte aan herkenbaarheid. Een manier om dit te bereiken is door als gemeentebestuur steun te bieden aan kleinschalige bewegingen van onderaf. Door lokale initiatieven en particuliere activiteiten te stimuleren, komen resultaten tot stand waar inwoners en ondernemers zich bij betrokken voelen. Dat draagvlak is van onschatbare waarde, zeker wanneer burgers hun bestuur niet meer (h)erkennen.
Of de verkiezingsdag van 3 maart heeft geleid tot een politieke aardverschuiving in de gemeente doet niet ter zake. Zolang er in het lokale bestuur maar een cultuurverschuiving plaatsvindt van groot denken naar grootse daden.