Column Kees Verhoeven

Directeur MKB-Amsterdam

 
Bederf vandaag niet met het werken aan morgen
1 december 2008
 
Vorige week (25 november) presenteerde verkeerswethouder Tjeerd Herrema en stadsregisseur Cas van Eerden de Meerjarenanalyse 2009-2011: de totaalplanning van alle bouwprojecten die Amsterdam de komende jaren te verduren krijgt.
 
De presentatie diende meerdere doelen. Allereerst verwachtingsmanagement: door het publiceren van de waslijst aan bouwprojecten weet iedereen waar hij aan toe is. Ten tweede optimale spreiding in tijd en ruimte: de speciale opdracht aan de stadsregisseur is om elk bouwproject het juiste plekje in de Amsterdamse legpuzzel te geven. Ten derde zorgvuldige uitvoering: door elk afzonderlijk bouwproject te voorzien van een zogenaamd BLVC-plan (Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid, Communicatie) moet de overlast op en rondom bouwlocaties tot een minimum beperkt blijven.
 
Samengevat is het idee aldus: maximale werkdruk met minimale hinder, door al het bouwwerk intelligent uit te voeren. Klinkt goed, maar de gemeente zal er zo niet in slagen om een goed functioneren van Amsterdam als woonplaats, werkplaats en ontmoetingsplaats te waarborgen. Dit omdat er onvoldoende beleid achter de goede uitvoeringsbedoelingen zit. Anders gezegd: de ingeplande hoeveelheid bouwprojecten is simpelweg te groot om met hanteerbare overlast uit te voeren.
 
Een stad is nooit af, maar altijd in gebruik. Zie hier het spanningsveld rondom bouwprojecten: ze zijn nodig voor de stad van morgen, maar doen afbreuk aan de stad van vandaag. Dat gegeven vereist een goed evenwicht tussen nu en straks, maar met de huidige bouwagenda dreigt Amsterdam over haar eigen benen te struikelen. Zelfs al zou de uitvoering van alle bouwprojecten perfect verlopen, dan nog vertoont Amsterdam binnenkort het geschonden aangezicht van een bouwput, waarbij vele wegen onbegaanbaar zijn. En de mate waarin maakt dat bewoners en bedrijven geen kant meer op kunnen, terwijl (zakelijke en toeristische) bezoekers de stad mijden. Dat is nergens goed voor, maar ook nergens voor nodig.
 
De actuele vraag is hoeveel bouwprojecten Amsterdam kan verdragen. Welke werkdruk gaat de spankracht van de stedelijke organisatie te boven? In een interview met het Parool (26 november 2008) stelde de stadsregisseur deze bovengrens op 300 projecten, precies de 7 megaprojecten en 293 kleinere projecten die momenteel tot 2012 ingepland staan. Vandaar ook dat enige projecten zijn tegengehouden. Desondanks is deze ervaringsdeskundige schatting geen houdbaar uitgangspunt voor het beoordelen van bouwprojecten.
 
Dit terwijl een gedegen uitgangspunt hard nodig is, want de complexiteit van het bouwproces is tegenwoordig enorm. Zo is het totaalpakket aan bouwprojecten de resultante van vele claims vanuit vele instanties: Europese wetgeving over tunnelveiligheid; groot (snelweg)onderhoud vanuit Rijkswaterstaat; werk aan spoor en (trein)stations door de Nationale Spoorwegen en het Gemeentelijk Vervoer Bedrijf; en door gemeente en stadsdelen gewenste renovaties en herprofileringen. De precieze toedracht varieert per project, maar altijd is sprake van veiligheidsnormen, kwaliteitseisen en voorschriften die wegennet en openbare ruimte betreffen.
 
Grofweg verloopt de besluitvorming over dit alles nu als volgt: alle bouwaanvragers en overheidsinstanties (behalve Bureau Stadsregie ook gemeentelijke afdelingen, stadsdelen, nood- en hulpdiensten, etc.) komen geregeld bijeen en touwtrekken net zo lang tot ze er onderling uit zijn. Vervolgens stelt de stadsregisseur zijn Meerjarenanalyse op. Pas in een veel later stadium (als de belangrijkste knopen zijn doorgehakt) worden de gebruikers van de stad (bedrijfsleven, bewoners- en bezoekersorganisaties) erbij betrokken.
 
Om te zorgen dat de eerstvolgende Meerjarenanalyse (2010-2012) wel een behapbare hoeveelheid bouwprojecten behelst, zijn twee veranderingen nodig: duidelijker beleid en beter overleg.
 
Daarom dient het stadsbestuur eerst een kader vast te stellen waaraan alle bouwaanvragen op hun nut en noodzaak getoetst kunnen worden. Daarnaast stelt de stadsregisseur jaarlijks een groslijst op met per bouwproject de reden van uitvoering: noodingreep, veiligheidsgarantie, nieuw- of verbouw, periodiek onderhoud, herprofilering, enzovoorts. Daarbij kijkt hij kritisch naar de urgentie en de gehanteerde (door de indiener opgevoerde) normen. Aan de hand van dit voorwerk treden alle gebruikers en belanghebbenden in gezamenlijk overleg om de juiste afweging te maken. De daarbij gemaakte keuzen en gestelde prioriteiten zullen leiden tot een beter evenwicht tussen hedendaags gebruik en toekomstgerichte bouw.
 
Zo hoeft het Amsterdam van vandaag niet meer onnodig te lijden onder het Amsterdam van (over)morgen.
 
Kees Verhoeven
1 december 2008