Column Kees Verhoeven

Directeur MKB-Amsterdam

 

Overheid, smeer de economie gelijkmatig
              8 december 2008
 
De Volkskrant heeft ‘De Economische Agenda’ gelanceerd, een door lezers en deskundigen gedragen lijst met de belangrijkste economische problemen en de beste oplossingen voor Nederland. In een Forumbijdrage op 3 december 2008 nomineerde Arnold Heertje de bureaucratie die de menselijke maat doet verdwijnen.
 
Overdadige regeldruk is uit te leggen als een dominante overheid die de markt dwarsboomt, waardoor bedrijven, en daarmee de economie, niet optimaal kunnen presteren. Het punt van Heertje is niet nieuw; de overheid probeert al jaren opzichtig zijn bureaucratie terug te dringen. Ook al is hier volgens Heertje geen grootscheepse financiële injectie voor nodig, tot nog toe is alle inzet zonder merkbaar resultaat gebleven. Paradoxaal genoeg is juist het feit dat ontregeling tijd en geld oplevert hier debet aan: wie daadwerkelijk regels schrapt, schrapt banen en die consequentie gaat de verantwoordelijk ambtenaren en bestuurders te ver. Regels afschaffen is leuk zolang het maar geen pijn doet.
 
Vanwege deze valkuil nomineer ik een economisch probleem van tegengestelde aard, namelijk dat de overheid zich onvoldoende manifesteert. Onvoldoende ter bevordering van een gelijkmatig economisch speelveld dat elke onderneming kansen biedt, ongeacht leeftijd, omvang, locatie of bedrijfstak.
 
De Nederlandse overheid heeft verschillende functies ten opzichte van de markt. In de door Heertje bekritiseerde rol van voorwaardenschepper gebruikt de overheid (te veel) regels die de speelruimte (te veel) begrenzen. In dat opzicht zou een terugtrekkende beweging opluchten. Maar regels zijn er tevens om het speelveld te egaliseren zodat iedere speler uit de voeten kan: de overheid is de scheidsrechter die eerlijke competitie tussen bedrijven moet waarborgen. Op dit aspect schiet de overheid nu juist tekort en daarop moet hij zich niet terugtrekken onder het populaire mom van vrije marktwerking. Integendeel, de overheid moet deze taak zorgvuldiger uitvoeren omwille van eerlijke marktwerking, zodat het midden- en kleinbedrijf (mkb) als economische motor op volle toeren kan draaien.
 
Ter onderbouwing drie voorbeelden van een overheid die als lankmoedige scheidsrechter het vals spelen bevordert:
 
Ruimtelijke Ordening
Gemeentebestuurders laten zich verblinden door projectontwikkelaars met prestigieuze plannen om nieuwe winkelgebieden, bedrijventerreinen en kantorenlocaties te ontwikkelen. Ongebreidelde uitbreiding en wildgroei zijn het gevolg, ten koste van bestaande locaties met goed functionerende bedrijven. Sinds een paar jaar is het aan de provincies om zulke regionale ontwrichting te voorkomen, maar zij slagen vooralsnog niet in die opdracht. Terwijl het enkel nodig is dat elke provincie een ruimtelijke structuurvisie opstelt en uitdraagt, als objectieve maatstaf voor lokale ontwikkelinitiatieven.
 
 
Overheidsaanbesteding
Overheden zetten jaarlijks voor miljarden aan opdrachten in de markt. Dit gebeurt op vele terreinen van schoonmaak tot catering, van campagne tot beveiliging. De overheid is daarmee een invloedrijke marktpartij die veel bedrijven graag als klant hebben. Deze opdrachten moeten (Europees) worden aanbesteed, wat uitmondt in geclusterde megapakketten met vereisten (voorfinanciering, grootschalige ervaring) die voor het mkb onhaalbaar zijn. Als de overheid zijn opdrachten in kleinere eenheden op de markt zou brengen, kunnen voortaan meer bedrijven meedingen. Goed voor zowel de prijs-kwaliteitverhouding op microniveau als de concurrentieverhoudingen op macroniveau. Wederom geldt: kleine moeite, groot plezier.
 
Beleid en handhaving
Al dan niet bewust worden op alle schaalniveaus ondernemers (positief) gediscrimineerd. In bepaalde sectoren wordt oligopolie onnodig gehandhaafd; voorkeursbeleid biedt sommige bedrijven een oneigenlijke concurrentiepositie; en selectieve handhaving is streng doch onrechtvaardig omdat vergelijkbare gevallen ongemoeid blijven. Wie net buiten de gemeentelijke kansenzone of het toeristisch gebied voor zondagsopenstelling valt, heeft minder rechten dan zijn buurman. Of neem het rookverbod: de horeca-uitbater die zijn klanten binnen laat roken, wordt op basis van een economisch misdrijf beboet. Dit terwijl bijvoorbeeld groothandels sinds jaar en dag ongestraft in strijd met hun bestemmingsplan handelen door clandestien aan consumenten te verkopen.
 
Een overheid die naar voorkeur of willekeur marktmacht uitoefent, beschadigt de economie. Daarom zet ik een marktverantwoordelijke overheid hoog op de Economische Agenda.
 
Kees Verhoeven, 8 december 2008