Column Ea Visser                                                       oktober 2010


Vermindering regeldruk bedrijven: een besparing van 35 miljoen?
 
In juni 2008 heeft de Commissie Regeldruk Bedrijven het kabinet geadviseerd de regels voor het controleren van identiteitsbewijzen door de werkgever te vereenvoudigen. Vervolgens is er een werkgroep ingesteld, welke met voorstellen is gekomen. Aan de hand daarvan heeft het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een persbericht uitgedaan met de optimistische tekst dat werkgevers maar liefst 35 miljoen kunnen besparen.
 
Het gaat hier om de controle van identiteitsbewijzen van het personeel. Van werkgevers wordt veel verlangd op dit punt. De verplichtingen beperken zich bovendien niet alleen tot eigen personeel, maar gelden ook voor personeel ingehuurd via derden, zoals een uitzendbureau. Als er iets misgaat en er blijkt iemand met een vervalst identiteitsbewijs aan de slag te zijn, dan kan dit een flinke boete van de arbeidsinspectie tot gevolg hebben. Werkgevers moeten dus waakzaam zijn.
 
Door Minister Donner worden nu maatregelen voorgesteld, die ertoe dienen de druk op werkgevers, te verminderen. Dit wordt juichend gebracht (er kan 35 miljoen worden bespaard!). Wordt echter naar de voorgestelde maatregelen gekeken, dan valt de inhoud daarvan erg tegen. De teneur is eigenlijk: eerst hebben we onduidelijke regelgeving uitgevaardigd, welke onnodige handelingen voorschreef, maar nu leggen we het wat meer uit en daarmee maken we het dus veel makkelijker en daarmee verlichten we jullie lasten! Als werkgever vraag je je dan natuurlijk af of dit niet meteen had gekund.
 
Een andere belangrijke vraag is: waarom moeten werkgevers eigenlijk identiteitsbewijzen controleren? Wat namelijk wordt miskend, is dat werkgevers buitengewoon veel op het gebied van controle moeten doen. Zij moeten niet alleen een kopie van een identiteitsbewijs in hun administratie opnemen, maar ook controleren of sprake is van een geldig, echt en onvervalst identiteitsbewijs. Deze verplichting geldt ook voor identiteitsbewijzen uit andere landen. Komt een werknemer bijvoorbeeld met een Grieks paspoort, dan moet de werkgever controleren of dit document echt is. Daarvoor moet hij gaan kijken wat de kenmerken zijn van geldige Griekse identiteitsbewijzen en gaan controleren of het document daaraan voldoet. Voor andere landen geldt precies hetzelfde.
 
Van de werkgever wordt daarmee verwacht dat hij in feite een controletaak uitoefent, die normaal gesproken aan de politie of marechaussee toekomt. Het spreekt voor zich dat werkgevers geen deskundigen zijn op het gebied van identiteitsbewijzen. Dit zullen zij echter wel moeten worden om aan hun verplichtingen te kunnen voldoen. Het zou dan ook meer voor de hand liggen om eens na te gaan of deze controle wel een taak is die bij de werkgever hoort te liggen of dat dit een publieke taak is die door de overheid moet worden uitgeoefend. Als dan het besluit is dat dit aan burgers c.q. civiele organisaties wordt uitbesteed, dan zou een werkgever feitelijk een tegemoetkoming moeten krijgen.
 
Praktisch gezien is het voor werkgevers wel van belang om goed te kijken naar het stappenplan wat gaat worden geïntroduceerd. Als namelijk alle stappen uit het document – en dat zijn er nogal wat – worden gevolgd, dan wordt de kans op een boete aanzienlijk lager, ook als blijkt dat een werknemer/uitzendkracht zonder geldig identiteitsbewijs aan de slag is gegaan. Blijft staan dat het ministerie goede sier probeert te maken met iets wat eigenlijk een sigaar uit eigen doos is.
 
Ea Visser
Abeln Advocaten