Column Ea Visser december 2009Opgelicht “Wijnbar Aan de Gracht, met Lex” Goedemiddag, u spreekt met Anouk van het register. “..… ja? …..” Ik bel om uw bedrijfsgegevens te controleren. U weet dat dit gesprek wordt opgenomen? “..… ja? …..” U bent Lex Sjabrol? “Ja” Uw bedrijf heet: Wijnbar Aan de Gracht? “Ja” Het adres is: Brouwersgracht 1013? “Ja” Gaat u akkoord met het plaatsen van deze gegevens op onze site voor een periode van één jaar voor een bedrag van € 523,00? “Ja” En u bent ook bevoegd om voor deze opdracht akkoord te geven? “Ja” Prima, dan maak ik het in orde voor u en wens ik u een fijne dag verder. “Ja” Dank u wel. “Daaag mevrouw” Ondernemers worden regelmatig door malafide advertentieverkopers belaagd. Ondanks het feit dat er een landelijk meldpunt is en veel voorlichting wordt gegeven (bijvoorbeeld door de Kamer van Koophandel) is het al jaren niet gelukt het fenomeen acquisitiefraude aan te pakken. Voorheen werden ondernemers in de acquisitieval gelokt door een onduidelijke opdrachtbevestiging te laten tekenen. Tegenwoordig wordt weer meer met bandopnames gewerkt. De ondernemer die tegenstribbelt en de nota niet betaalt, wordt bedreigd met incassomaatregelen en krijgt een opname te horen van een telefoongesprek waaruit zou moeten blijken dat hij of zij opdracht heeft gegeven voor het plaatsen van een advertentie. Veel ondernemers betalen dan maar, omdat ze geen zin hebben in een procedure. De regels van het civiele recht maken het ook lastig om je te verweren. In een procedure zal de acquisitiefraudeur zich op het standpunt stellen dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen. Dit wordt bijvoorbeeld onderbouwd met een bandopname. De ondernemer wil dit weerleggen en brengt naar voren dat de bandopname is gemanipuleerd. Maar als je je hierop beroept, moet je dat ook aannemelijk maken of bewijzen. Dat is heel moeilijk. Uit ervaring weet ik dat er bijna geen onderzoeksinstituut is dat hier iets mee wil doen. Komt niet vast te staan dat sprake is van bedrog of misleiding, dan kan de ondernemer in het ongelijk worden gesteld. Wat valt hieraan te doen? Als er meer aandacht aan wordt besteed, dan raken ook meer mensen op de hoogte van de mogelijkheid van acquisitiefraude. Het gebeurt niet vaak dat een zaak voor de rechter wordt gebracht gezien het geringe belang, maar hoe vaker dat wel gebeurt, hoe meer aandacht ervoor komt. Het betekent ook dat rechters sneller door hebben dat er sprake is van fraude en zij de zaak in een bepaald licht zullen zien. Het beste zou zijn dat er meer politieke aandacht komt en dat er een (strafrechtelijke) sanctie aan deze vorm van oplichting wordt verbonden. Goed nieuws is dat MKB Nederland acquisitiefraude op de agenda gezet via het Actieplan Veilig Ondernemen 3 (zie ook http://www.mkb.nl/index.php?pageID=14&dossierID=466693). Dit soort initiatieven verdient navolging. Voor (gedupeerde) ondernemers geldt: verbinding verbreken als je het niet vertrouwt en zeker niet te snel tot betaling overgaan. Het gesprek aan het begin van deze column is een bewerking van een bandopname die pas geleden aan een rechter werd voorgelegd. De rechter in kwestie had weinig vertrouwen in het advertentiebedrijf. Ook al zou het een correcte weergave zijn van een telefoongesprek (wat werd betwijfeld) dan nog bleek er volgens de rechter niet uit dat er een overeenkomst tot stand was gekomen. Daarvoor was het gesprek te eenzijdig geweest. De ondernemer werd dan ook in het gelijk gesteld. Ea Visser Abeln Advocaten |