Inspraakreaktie Zuidas-visie


De afgelopen jaren is MKB-Amsterdam nauw betrokken geweest bij de (beleids)ontwikkeling van de Amsterdamse Zuidas.

 


Gemeente Amsterdam

Per adres, de directeur van de Dienst Ruimtelijke Ordening
Postbus 2758

1000 CT AMSTERDAM

 

 

 

Secretariaat MKB-Amsterdam

Ref       : mkbams-2008-012-kv

Betreft : Inspraakreactie Zuidas-visie

Amsterdam, 26 mei 2008

 

 

Geachte dames en heren,

 

De afgelopen jaren is MKB-Amsterdam nauw betrokken geweest bij de (beleids)ontwikkeling van de Amsterdamse Zuidas. In die periode heeft op alle beleids- en bestuursniveaus intensief overleg plaatsgevonden tussen gemeente en bedrijfsleven, waarbij wij herhaaldelijk onze zorg hebben geuit. Op 17 april 2008 is de Visie Zuidas door B&W opengesteld voor inspraak. Op die dag heeft MKB-Amsterdam haar zienswijze neergelegd in de raadscommissie van Ruimtelijke Ordening. Op 13 mei 2008 hebben wij opnieuw op de plannen gereageerd tijdens de officiële inspraakbijeenkomst. Onze steeds geuite visie op de Zuidas staat in deze brief verwoord, mede namens Vereniging Amsterdam City (VAC) en de Vereniging Amstelveense Detailhandel (VAD). Ook al zijn het Amsterdamse midden- en kleinbedrijf en de Zuidas oneindig veel breder, onze aandacht richt zich vooral op de detailhandelscomponent van het voorliggende prospectus.

 

De Zuidas: Amsterdams vliegwiel onder duidelijke voorwaarden

Het behoeft geen discussie dat de Zuidas Amsterdam enorme kansen biedt, zelfs noodzakelijk is voor Amsterdam als topstad van de toekomst. Wij geloven in het idee van een toplocatie met allure, ook als die de vorm aanneemt van een centrumgebied met rijke functiemix. Dat de ambities torenhoog zijn, juichen wij toe, mits het zicht op realisatie scherper wordt: van toezeggingen door investeerders en/of zich vestigende bedrijven is nu onvoldoende sprake. Daardoor lijkt er aan de inkomstenkant van het project sprake van overmatig optimisme, dat iets weg heeft van luchtfietserij.

Ons hoofduitgangspunt is dat de Zuidas complementair moet zijn aan datgene wat de regio Groot-Amsterdam in al haar facetten te bieden heeft. Dit betekent kwalitatieve én kwantitatieve inpasbaarheid ten opzichte van zowel de binnenstad als de stadsdeel- en regiokernen. Kortom: de Zuidas moet niet onttrekken, maar iets toevoegen de regio.

 

De planontwikkeling Zuidas neemt ongewenste vormen aan

Aanvankelijk was de Zuidas een beoogde toplocatie voor (hoofd)kantoren. In een latere fase werd dit bijgesteld naar een nieuw stadscentrum met naast wonen (1/3) en werken (1/3) ook voorzieningen (1/3) op basis- en topniveau. Steeds prominenter werd de plek van detailhandel in de plannen: begin 2007 werd geschreven over maximaal 15.000 m2 voor het absolute –nog niet in ons land aanwezige- topsegment en tussen de 15.000 en 25.000 m2 lokaal verzorgende winkels (om de nieuwe bewoners te bedienen), inclusief stationsgebonden retail.

 

Echter, in het Programmahoofdstuk 6 van de nu voorliggende Visie Zuidas (bijlage 5 van de prospectus) is voor het topsegment ‘zomaar ineens’ plaats voor minimaal 15.000 m2, terwijl de besproken 15.000-25.000 m2 inmiddels exclusief de stationsgerelateerde voorzieningen is. Op deze manier is elke maximering verdwenen en kan het totale winkelvloeroppervlak zomaar oplopen tot ver boven de 60.000 m2 (ter vergelijking de gehele binnenstad behelst 80.000 m2!).

 

Fundamentele bezwaren tegen een regionaal ontwrichtende Zuidas

MKB-Amsterdam verzet zich niet alleen inhoudelijk tegen dergelijke planverschuivingen, maar ook principieel: simpelweg omdat ongelimiteerde uitbreiding van het winkelareaal enkel en alleen is ingegeven door het sluitend moeten krijgen van de financiering van de ‘businesscase Zuidas’. Met marktwerking als handig excuus is de functie detailhandel zo van regionaal ingegeven doelstelling (voorziening) verworden tot commercieel afgedwongen betaalmiddel (kostendrager).

 

Als de gemeente Amsterdam dit bewust toestaat, is zij verantwoordelijk voor de regionale gevolgen. Ook omdat het gemeentelijk detailhandelsbeleid in het algemeen en de Visie Zuidas in het bijzonder geen enkele waarborg biedt, is het waarschijnlijk dat de detailhandelinvulling op de Zuidas tot ontwrichting van de regionale structuur leidt; in de huidige marktsituatie goed functionerende winkelgebieden in de binnenstad, Oud-Zuid, Zuideramstel, Amsterdam Zuidoost en Amstelveen komen dan onder onacceptabele druk van oneigenlijke (sociaaleconomisch overbodige) winkeltoevoegingen.

 

Daarbij maken de omvang en de tijdshorizon van het Zuidasproject de planpraktijk uiterst weerbarstig. De kans op langzaam uitdijen (geleidelijk steeds meer winkelmeters in aanstaande planversies) en afglijden (als het beloofde topsegment niet komt, wordt het subtop) is daarmee zeer reëel. Het is vooral op dit punt waar de gemeente sterkere regie dient te voeren.

 

Wijzigingen in prospectus bieden onvoldoende houvast

In haar meeste recente voordracht van 4 maart 2008 stelt het college van B&W een aanvulling op haar Visie Zuidas voor, als volgt samen te vatten:

·         Retail/centrumvoorzieningen op de Zuidas hebben niet het oogmerk een vervanging te worden van de binnenstad

·         De retail in het station is stationsgebonden en geen zelfstandige mall, lees Hoog Catharijne

·         De directeur van de NV Zuidas stelt een kwaliteitsteam in, dat zich via een zwaarwegend advies aan de ontwikkelaar uitspreekt over de invulling van het topsegment alsmede de stationsgerelateerde voorzieningen.

 

Met dit amendement onderschrijft het college de door MKB-Amsterdam gesignaleerde (praktijk)risico’s, maar zij gaat in de beschreven oplossing helaas niet ver genoeg: de bewoordingen zijn te algemeen en worden nergens gestaafd met harde cijfers of scherpe criteria. In deze vorm biedt het geen enkele waarborg voor een aanvaardbare omvang en invulling van de detailhandelsfunctie op de Zuidas.

 

Advies van MKB-Amsterdam

Een duurzame Zuidas dient op langere termijn in ieder opzicht succesvol te zijn. Om dit doel van overmorgen te bereiken, moet vandaag al daadkrachtig in de juiste richting worden gestuurd. Niet de markt van investeerders en ontwikkelaars, maar het rijk en de gemeente Amsterdam zijn hiervoor verantwoordelijk. De beste leidraad hiertoe is door kwaliteit te verkiezen boven kwantiteit. Het trekken van een gerechtvaardigde grens verdient de voorkeur boven open eindjes. Daarbij moet de bovengrens voor het winkelvolume laag liggen en de ondergrens voor het segmentniveau hoog. In dat opzicht is

60.000 m2 winkelvloer simpelweg teveel: de toe te voegen functies, een treinstation, kantoren en 9.000 woningen, rechtvaardigen hooguit de helft.

 

Om afspraken over een langere tijdspanne (met voortschrijdende inzichten) in goede samenspraak te bewaken, is meer nodig dan een kwaliteitsteam van Kamer van Koophandel, centrale stad en de NV Zuidas zelf. MKB-Amsterdam pleit voor een zelfstandige zetel in een zware toetscommissie Zuidas die direct aan de verantwoordelijke wethouder adviseert. Tevens dienen alle belanghebbenden niet enkel bijtijds -en zo vaak als nodig- van relevante planactualiteiten op de hoogte te worden gebracht, ze moeten hier ook serieuze invloed op kunnen uitoefenen.

 

Tot slot nog twee belangrijke opmerkingen. Allereerst dient bij de realisatie van en invulling op de Zuidas afdoende plaats te zijn voor ondernemers in het mkb. In haar volle breedte bestrijkt het mkb namelijk alle niveaus, inclusief het absolute topsegment. Ten tweede mag het koopzondagregime op de Zuidas geen verstoorde concurrentieverhouding met de omgeving opleveren: als winkels op de Zuidas elke zondag hun deuren zouden mogen openen, dan moet dit voortaan ook in de rest van de gemeente Amsterdam toegestaan zijn.

 

Wij zijn onverminderd bereid tot een nadere toelichting van het hier verwoorde. U kunt ons bereiken via: verhoeven@mkb-amsterdam.nl / tel. 020 4486720.

 

Met vriendelijke groet,

 

 

Kees Verhoeven

Directeur

 

C.c.      - alle leden van de raadscommissie Ruimtelijke Ordening

            - de wethouder van Ruimtelijke Ordening, de heer van Poelgeest

            - de wethouder van Economische Zaken, de heer Asscher

            - de voorzitter van de Kamer van Koophandel A’dam, de heer Schwirtz